zaterdag 13 april 2013

Музеи

Musea

Petersburg is een stad van musea. Musea vind je hier werkelijk overal: sommige kerken zijn veranderd in musea tijdens de Sovjettijd, bijna alle paleizen ook en daarnaast vind je in hoofdstraten, maar ook in zijstraten of steegjes nog de meest gekke musea. Zo kun je in Petersburg naar het Broodmuseum, het Grammofoonmuseum, het Dromenmuseum (dat vernoemd is naar Freud), het Kattenmuseum en kun je kiezen uit maar liefst twee erotische musea.

Ikzelf ben in de laatste maanden in een hoop musea geweest. (Nog) niet in de bovenstaande musea, maar wel in de volgende (sommige heb ik al eerder genoemd op deze blog, maar horen hier natuurlijk wel in het lijstje!):
Hermitage, Russisch Museum, Joesoepovpaleis, Spas-na-Krovi, Isaakkathedraal, Petrus-en-Paulusfort (met Petrus-en-Pauluskathedraal en Troebetskoj-bastion), de Keizerlijke Marmerfabriek, het Zoölogisch Museum, de Kunstkamera, de Smolnyjkathedraal, Museum van de Petersburgse Avant-garde, Museum van de Verdediging van Leningrad, het park van Pavlovsk (is een 'museum-natuurgebied'), het Stieglitz-museum en het Etnografisch museum.
...een heleboel dus en ik hoop nog voordat ik weg ga hier een paar musea aan toe te kunnen voegen! ;)
(verder ben ik in Moskou, waar ik nu al twee keer geweest ben - ons studieprogramma voorziet in twee uitstapjes: een naar Moskou en een naar Novgorod -, ook nog in wat musea geweest: de kerken in het Kremlin, het Historisch Museum en de mooie Tretjakov Galerij).

Maar in deze post wil ik het hebben over een van deze musea:

Het Stieglitz-museum
Mijn reisgids gaf aan dat dit museum een echt must-see was en omdat één van onze docenten het tijdens college aanraadde, wilde ik er toch wel eens naartoe.

Het Stieglitz

En het was ook een mooi museum! Alleen: het was een beetje moeilijk om binnen te komen! Het gebouw doet tevens dienst als kunstacademie, dus is er een 'goed' bewaakte ingang, die bestaat uit een poortje en een omaatje in een hokje die dat poortje bedient. Het omaatje wilde weten waarvoor we kwamen. We (een vriendin en ik) zeiden dat we voor het museum kwamen, dat wij studenten waren en naar binnen wilden. Het omaatje sputterde tegen (vorig jaar heeft zij dezelfde vriendin ook ruwweg geweigerd binnen te laten), maar gelukkig kwam er vanuit het gebouw een man aan die het omaatje dwong het poortje voor ons te openen. We konden naar binnen!
Voordat ik verder vertel wat we daarna deden, moet ik even kort uitleggen wat het Stieglitz voor gebouw is. Het Stieglitzmuseum werd in 1878 gebouwd door baron Aleksandr Stieglitz en was bestemd voor studenten van de school voor Industrieel Ontwerp. In het gebouw stelde hij voorwerpen ten toon die als inspiratiebronnen voor de studenten konden dienen. Daarnaast liet hij elke zaal beschilderen in telkens een andere stijl, dit ook ter inspiratie van de studenten. De revolutie van 1917 moest natuurlijk weer roet in het eten gooien: de collectie van het Stieglitz werd voor het grootste deel aan de Hermitage geschonken, de muren werden voorzien van een laag grijze verf en het instituut tijdelijk gesloten. Tegenwoordig is het Stieglitz een onderdeel van de kunstacademie. Studenten werken mee aan het herstellen van de originele beschilderingen van het museum, wat voor hen natuurlijk ongelooflijk mooi werk moet zijn!


Enfin, wij waren dus eindelijk in het museum. We zochten het museum, vonden het en besloten om eerst een kijkje in de rest van het gebouw te nemen, voor zover dat kon. We vonden een enorme hal, waar aan de muren nagemaakte Grieks/Romeinse beeldhouwwerken hingen. En studenten die deze na aan het tekenen waren voor hun colleges. Er lagen stapels van doeken tegen de muren, allen voorzien van de naam van een student en een datum en af en toe een opschrift als "Убери, убью" ("Ruim dit op en ik vermoord je!").


Uiteindelijk gingen we dan het museum in. Bij een kassaatje betaalden we 40 Roebel (1 euro) en we mochten het museum in. Het museum was klein en helemaal volgestouwd met kunstvoorwerpen, afkomstig uit verschillende landen en verschillende tijdperken. Eén kast was helemaal volgepropt met Delfts blauw. Een paar zalen waren kennelijk al gerestaureerd: de plafonds waren prachtig beschilderd!


zaterdag 30 maart 2013

Город княгини Ольги: Псков

De stad van vorstin Olga: Pskov

In mijn vorige post had ik jullie beloofd nog iets te gaan schrijven over Pskov, de stad waar ik vorig weekend met een vriendin verbleef. Helaas heeft deze post wat vertraging opgelopen, maar hier is 'ie dan toch!

Na een dagje buiten de stad doorgebracht te hebben, was het dan zaterdag tijd om de stad Pskov zelf te bekijken. We stonden vroeg op, want om 17u zouden we met een busje terugkeren naar Petersburg (de busrit duurde 4,5 uur).

Pskov behoort tot de oudste steden van Rusland: de stad wordt al in de kronieken vermeld in 903, wanneer een Kievse prins de tot het orthodoxisme bekeerde vorstin Olga trouwt. Deze St. Olga was in de buurt van Pskov geboren en wordt daarom in de stad nog flink vereerd: in elke kerk in de stad (en dat zijn er heel wat!) vind je wel een icoon van deze heilige.

St. Olga
In de 12de en 13de eeuw maakte de stad soort van deel uit van de Novgorodse Republiek, maar behield wel het recht eigen prinsen te verkiezen. Nadat de stad in 1241 voor een paar maanden bezet wordt door Duitse kruisvaarders (om vervolgens door Aleksandr Nevskij bevrijd te worden), kiest de stad de Litouwse prins Dovmont tot vorst. Onder diens bewind krijgt de stad uitgebreide verdedigingswerken en wordt het kremlin van de stad uitgebreid (de uitbreiding heet ook nog steeds 'Stad van Dovmont').
Pskov wordt langzaamaan steeds zelfstandiger, sluit zich aan bij de Hanze-liga en in 1348 erkent Novgorod haar onafhankelijkheid. De nieuwe Pskovse Republiek heeft eenzelfde staatsindeling als Novgorod: de republiek wordt door een gekozen prins geleid, maar deze prins heeft in feite enkel de functie van legeraanvoerder. De hoogste beslissingen worden genomen door de вече (vetsje), een volksvergadering die op elk willekeurig moment bijeen kon worden geroepen. Zij verzamelden zich dan naast de enorme Drie-eenheidkathedraal in het Kremlin.

Zo moet het kremlin eruit hebben gezien: links de kathedraal met daarvoor de tribunes van de vetsje en rechts de Stad van Dovmont

Gedurende haar onafhankelijkheid wordt de stad vaak belegerd: andere Russische staatjes zien de stad als een poort naar Europa, Europa ziet het als een westelijk bastion van de Russen. De stad bouwt daarom enorme verdedigingswerken en wordt bijna onneembaar: in de 15de eeuw doorstaat de stad alleen al 26 belegeringen!
Aan de onafhankelijkheid komt een eind wanneer de republiek door Moskou geannexeerd wordt in 1510. Nobelen werden gedeporteerd en aan het 'democratisch' systeem komt een einde.
Wanneer als gevolg van de Noordse Oorlogen de grens naar het westen verschuift, verliest de stad haar strategische functie en raakt zij in verval. Tijdens de Februarirevolutie doet de tsaar in Pskov troonsafstand en onder Sovjetbewind worden veel in verval geraakte bouwsels gesloopt en vervangen door nieuwe gebouwen.

Voor de toerist biedt de stad veel interessante bezienswaardigheden. Het hoogtepunt is natuurlijk het Pskovse kremlin, wat door de locals кром (krom) wordt genoemd. Het kremlin ligt op het punt waar twee rivieren samenvloeien en wordt gedomineerd door de enorme Drie-eenheidkathedraal. Dit monstrueuze gevaarte is lang en smal en binnenin de kerk word je geconfronteerd met enorme zuilen en bizar hoge plafonds. Verder kun je het kremlin rondlopen, de opgravingen in de Stad van Dovmont bekijken en één van de torens beklimmen (je krijgt dan een zaklampje mee, omdat het pikkedonker is in de toren!). Tot slot kun je een klein museumpje bekijken, dat naast wisselende tentoonstellingen, het paleis van de 'burgemeester' van de stad onder het Moskouse bewind toont.


Kathedraal

Uitzicht op het kremlin vanuit één van de torens. Links de bevroren rivier, rechts de kathedraal en daarvoor de opgravingen in de Stad van Dovmont

Verder ligt in de stad het Мирожский Монастырь (Mirozjskij-klooster). Dit eeuwenoude klooster bevat - naar verluidt - de mooiste fresco's van heel Rusland. Helaas is het ons niet gelukt dit klooster te bezichtigen, dus verder kan ik hier niet veel over vertellen.
Tot slot bevinden zich in de stad heel veel kerkjes. Deze maken het heel aangenaam om doelloos door het stadscentrum te slenteren: je komt altijd wel een nog onbekend oud kerkje tegen!

Een kerkje
Helaas moesten we zaterdag om 17u weer weg. Met een Ford-busje van de maatschappij Auto-Graf (goed gekozen naam, overigens :P) reden we over de met kuilen bezaaide wegen van Rusland richting Petersburg. Het busje was voorzien van een tv-tje, waarop de film Золотой Телёнок ('Het Gouden Kalf') werd vertoond. Dit is de verfilming van een boek van het schrijversduo Ilf en Petrov, dat ik gelezen heb. Het spreekt voor zich dat ik tijdens de rit heb genoten van de film (het moet opgemerkt worden dat het landschap van deze streek na een half uur wel redelijk eentonig wordt: berkenbossen, velden, sneeuw...).

zondag 24 maart 2013

Шатаясь по льду: Изборск и Печоры

Wankelend over het ijs: Izborsk en Petsjory

Afgelopen weekend was het weer tijd voor een uitje. Donderdagavond vertrok ik met een vriendin voor twee dagen vanaf het Витебский Вокзал (Vitebskstation - Ja, inderdaad, datzelfde Vitebsk waar ik vorige zomer ben geweest!) met de trein naar Псков (Pskov).
We kwamen vrijdagochtend om 1.15u 's ochtends aan en wandelden meteen naar ons hostel (Красный Октябрь - Rood Oktober) omdat we natuurlijk wel moe waren van de treinreis! We ploften neer op onze bedden en stonden weer op tijd op: de eerste dag van ons verblijf in Pskov gingen we niet naar Pskov, maar naar twee dorpjes buiten het stadje. We moesten dus op tijd weer weg om een bus te halen!
Het plan was als volgt: we vertrokken om 12 uur met een bus naar het dorpje Изборск (Izborsk), zouden daar rondkijken en vervolgens de bus nemen naar Печоры (Petsjory). 's Avonds zouden we een directe bus nemen terug naar Pskov. En aldus geschiedde.
Maar waar liggen al die plaatsjes? Ik hoop dat deze kaart het duidelijk maakt:


Izborsk - ong. 700 inwoners
Na een busrit van een uur (we waren zo handig om niet de snelbus, maar de 'stopbus' te nemen, wat betekende dat we bij bijna elke halte in the middle of nowhere moesten stoppen om een omaatje uit te laten stappen) kwamen we aan in het dorpje Izborsk.
Het was meteen duidelijk dat we in een dorpje waren: het busstation was een klein pleintje naast de hoofdweg waar een schaftkeet-achtig gebouwtje dienst deed als kaartjeskantoor en een overdekt gat in de grond was de wc. De straten van het dorpje waren in het geheel nog niet ijsvrij gemaakt: ze waren veranderd in ijsbanen waarin auto's (voornamelijk Lada's) sporen hadden uitgesleten. Lopen was dus geen pretje en ik moet bekennen een paar keer gevallen te zijn.

Straatje in Izborsk dat wél ijsvrij is

Maar waarom wil je in godsnaam naar zo'n dorpje? Nou, dit dorpje wordt in de Повесть Временных Лет  (Verhaal van Vervlogen Jaren - Middeleeuws boek waarin een al dan niet accurate beschrijving wordt gegeven van de geschiedenis van het oude Rusland) al in het jaar 862 genoemd! Het dorpje wordt genoemd als zetel van één van de broers van Rjoerik, de mythische stichter van Kiev-Rusland (om het simpel te houden: de Middeleeuwse voorloper van Rusland).
Archeologisch bewijs ondersteund dit echter niet en daarnaast wordt het dorpje in de kronieken daarna vergeten en pas weer genoemd in 1233, als de Orde van de Zwaardbroeders (die later op zou gaan in de Teutoonse Ridderorde) het dorpje innemen.
Het dorpje werd in 1302 voorzien van fortificaties. De eerste toren van het fort (Луковка - Uientoren) werd gebouwd in 1330 en is tegenwoordig nog te bezichtigen (dit hebben we natuurlijk dan ook gedaan). De toren werd al snel vergezeld door zeven anderen en een fort was geboren.


In het fort is tegenwoordig niet heel veel meer te zien: de muren zijn wel redelijk onderhouden maar helaas niet open voor publiek (althans, toen wij er waren niet). Het enige waar toeristen in mogen, zijn de Uientoren en de 16de-eeuwse Geboortekerk.



De andere bezienswaardigheid van het dorpje is de zgn. Словенские Ключи (Slovenskie Kljoetsji). Dit is het punt waar een ondergrondse rivier in de vorm van een waterval uitmondt in een meertje. Dit leek ons heel mooi, maar vanaf het fort zagen we al dat het meer nog helemaal dicht was gevroren, dus namen we aan dat ook van deze watervallen niet veel te zien was. Mochten we een keer terugkomen in de zomer, dan gaan we het natuurlijk wel bekijken!

Het dichtgevroren meer
Maar nu waren we uitgekeken in het fort, dus wankelden we over het ijs terug naar de bushalte. Vlakbij de bushalte lag een klein postkantoortje dat kennelijk ook dienst deed als dorpswinkel. We kochten wat in het kantoortje en gingen op de bus staan wachten...

Petsjory - ong. 12000 inwoners
Met een snelbus sprintten we binnen een half uurtje naar Petsjory. Dit plaatsje ligt bijna tegen de grens met Estland aangedrukt en is de hoofdstad van het gelijknamige rayon. Na aankomst aten we in een klein cafeetje wat soep en gingen toen naar de enige bezienswaardigheid van het plaatsje: het Псково-Печерский Монастырь (Pskovo-Petsjerskij Monastyr, vrij vertaald: Pskovse Grottenklooster).
Het klooster werd in de 15de eeuw gesticht (het plaatsje is er later tegenaan gegroeid) en ligt mooi ingeklemd in een nauw dal tussen twee heuvels. Aan de grotten in de heuvels, waarin monniken liggen begraven, dankt het klooster zijn naam.

Toegangspoort
Gezien de belangrijke strategische locatie (het was sinds de 16de eeuw een grensplaatsje), kreeg het klooster in de vroege 15de eeuw een verdedigingsmuur. Sindsdien heeft het klooster meerdere aanvallen van buitenlandse legers weten af te slaan.
Na de Noordse Oorlogen in de 18de eeuw verloor het plaatsje haar strategische betekenis. De Baltische Staten werden onderdeel van Rusland, dus schoof de grens verder naar het westen. Dit betekende dat het plaatsje een slaperig dorpje werd.
Een opleving vond plaats toen het plaatsje volgens het vredesverdrag van 1918 tussen Estland en de Sovjet-Unie onderdeel werd van Estland. Inwoneraantallen namen toe en doordat het klooster buiten de Sovjet-Unie lag, kon het klooster tot op de dag van vandaag overleven. In de periode tussen de twee wereldoorlogen werden in de Sovjet-Unie namelijk vrijwel alle kerken gesloten en velen van hen ook met de grond gelijk gemaakt.
Na de Tweede Wereldoorlog wordt het gebied rondom Petsjory (dus ook Izborsk) weer onderdeel van de Russische Republiek binnen de Sovjet-Unie en als de Sovjet-Unie uit elkaar valt in 1991, wordt het gebied Russisch. Echter, Estland claimt het gebied nog steeds op grond van het vredesverdrag uit 1918. In 1995 geven ze hun claims op, maar een nieuw verdrag is er formeel nog niet.
Tot slot wil ik nog opmerken dat het klooster een ander uniek aspect kent: het was een van de weinige kloosters dat gedurende de hele Sovjettijd operationeel was! Op geen enkel moment was het gesloten en heeft daarom als één van de weinige kloosters in Rusland sinds haar stichting ook echt als klooster dienst gedaan.

Het klooster is zeer zeker de moeite waard: het ligt mooi in een dal en wordt zo in een hoog deel en een laag deel opgedeeld. Op het hoge deel ligt de Michaëlskerk. Deze kerk is verreweg de grootste van het hele klooster en is in de klassieke stijl gebouwd. De kerk werd in 1827 ingewijd en dient als monument ter herinnering aan de Franse invasie van 1812.

Michaëlskerk
Het belangrijkste gebouw van het lagere gedeelte is de Успенский Пещерный Храм (Maria-Hemelvaart Grottenkerk). Dit is de oudste kerk (1473) en vormt de facade voor de grotten die in de heuvel erachter liggen. Het gebouw dat we tegenwoordig zien is echter het resultaat van een verbouwing in de 18de eeuw. De kerk wordt vergezeld door een uitgebreid carillon, dat wild aan het klingelen was toen wij het klooster bezochten.
Voor de rest liggen in het lagere gedeelte nog enkele kapelletjes en de woonvertrekken van de monniken (tegenwoordig wonen er nog zo'n 90 monniken), maar deze laatsten zijn natuurlijk niet toegankelijk voor bezoekers.

Maria-Hemelvaartskerk met links het carillon




En zo eindigde de dag. Toen we uitgekeken waren in het klooster, namen we de eerste bus terug naar Pskov en daar aangekomen ploften we tevreden neer op onze bedden in het aftandse hostel. Zaterdag bekeken we Pskov zelf, maar daar kom ik in een volgende post op terug ;)