zaterdag 12 november 2016

Dagtrip naar Rostov: sneeuw en kerken

[07-11-2016]

“Goedemorgen, mag ik je kaartje zien?”
“Natuurlijk, hier.”
“Laten we even één stap naar achteren doen, anders glibberen we zo het perron af. En je documenten?”
“Hier is mijn paspoort.”
“OK, in orde, plaats 19. Naar Rostov. Als je ergens anders besluit te gaan zitten, laat mij het even weten, dan kan ik je wakker maken als je ligt te slapen als we aankomen.”



Ik glibber over het perron van station Rostov Jaroslavskij, zoals het station van Rostov heet, en loop voetje voor voetje richting het stationsgebouw. Om mij heen een paar slaperige mensen die, net als ik, de sneltrein van 7.35 van Moskou Jaroslavskij naar Jarovslavl’ hebben genomen om er rond een uur of 10 bij Rostov uit te stappen. De kou rammelt eenieder wakker en het groepje schuifelt met mij mee richting het station. Het stationsgebouw blijkt een fantasieloos rechthoekig construct, daterend uit de Sovjettijd en waarvan er zoveel te vinden zijn in de Russische provincie. Mijn ervaring leert echter dat in Rusland men een stad nooit moet beoordelen op haar station (immers, Vyborg en Velikij Novgorod hebben ook stations die eigenlijk het benoemen niet waard zijn) en ik besluit het gebouw te laten voor wat het is en direct door te lopen richting het centrum van de stad. Voor het station ploeter ik door de grijsgeworden natte sneeuwslurrie, die in deze stad door moet gaan voor ‘busstation’. Ik sta even te wachten bij een stoplicht en loop de Loenatsjarskijstraat in, genoemd naar een communistische revolutionair die ook bekend staat als eerste minister van Educatie van de Sovjet-Unie. Terwijl ik door deze straat loop en af en toe een voorbijgaande fietser ontwijk, valt me op dat alle straatnamen nog behoorlijk rood zijn: ik kruis de Spartacusstraat (genoemd naar de Spartacusopstand in de Weimarrepubliek), de Karl Marxstraat, de Straat van de 50-jarige Oktoberrevolutie en kom uiteindlijk uit bij het Kolchozenplein. 
Wanneer ik bij dit laatste plein ben aangekomen, kijk ik op de plattegrond die ik de vorige avond in mijn smartphone heb gepropt. Ik ben bij het centrum aangekomen. Door de vallende sneeuw heen tekenen zich tegen de grijze lucht de contouren van typisch Russisch aandoende kerken af.


“Goedemorgen, mag ik één kaartje voor het architecturele ensemble van het Kremlin?”
“Dat kost 50 roebel.”
“Oh, en is het uitzichtspunt in de toren vandaag geopend?”
“Ja”
“Geeft u mij dan daar ook maar een kaartje voor.”
“OK, dat maakt dan 170 roebel. Kijk, achterop de kaartjes staat een plattegrondje van het Kremlin. Dan kun je kijken of je alles hebt gezien.”


“Dit had je niet verwacht, hè?”
“Nee, zoveel sneeuw hebben we in Nederland doorgaans niet. En dit soort sneeuwstormen al helemaal niet!”
“Oh, dit is nog maar het begin.”
“Haha, ik denk dat ik de verkeerde dag heb gekozen om naar Rostov te komen. Maar goed, het is hier in ieder geval wel lekker rustig, weer eens wat anders dan Moskou.”
“Werk je daar?”
“Ja, ik werk er als lector aan de MGOe.”
...
“Je spreekt goed Russisch!”
“Dank u. Ik heb vier jaar Russisch gestudeerd in Nederland en ik heb twee jaar geleden mijn studie afgerond. Ik moet daardoor weer wennen aan dat Russisch praten, ik merk dat ik nog fouten maak, maar veel mensen zeggen dat ik het goed kan spreken.”
“Goed hoor. Ben je al in de Oespenskij Sobor [= Kathedraal van de Ontslapenis van de Moeder Gods] geweest?”
“Ja, daar kom ik net vandaan. Wat een mooie kerk, alleen jammer dat hij van binnen compleet in de steigers staat.”
“Ja, dat is inderdaad jammer. Maar weet je, deze winkel hoort bij die kerk.”
“Dus alle winst gaat naar de restauratie?”
“Inderdaad.”
“Waarom is de kerk in zo’n slechte staat van binnen?”
“Dat is omdat we voor restauratie afhankelijk zijn van de staat. UNESCO, zie je wel? En de staat geeft ons te weinig, we konden alleen de buitenkant van de kerk opknappen. Nu wachten we op geld voor het interieur. Ik ben allang blij dat we deze klokkentoren konden oplappen. Zie je hoe hoog het dak hier is?”
“Wauw, was me nog niet opgevallen!”
“Luister maar naar de echo. Wist je dat de kerk één van de oudste van Rusland is?”
“Ja, ik las al op een bordje het jaar 991.”
“Toen is de eerste houten kerk gebouwd. We zitten nu al aan de derde kerk. De eerste is afgebrand en toen met steen herbouwd. Die brandde helaas ook af en nu zitten we aan de derde. Oh nee, dit is de vierde kerk! Bij de derde is ooit het dak ingestort.”
...
“Hoeveel kosten deze magneetjes?”
“150 roebel”
“Ik koop vaak magneetjes, voor op de koelkast.”
“Als je écht iets van Rostov wil hebben, moet je dit kopen. Deze magneetjes zijn echt van finift [=metalen raamwerkje met beschilderd email]. Dat wordt alleen hier gemaakt. Hier, neem ze maar in je hand, dan kun je ze voelen.”
“Wauw, mooi hoor. En hoeveel kosten ze?”
“450 roebel. Per stuk natuurlijk.”
“Oei, dat is mij helaas te duur. Bovendien geef ik eigenlijk de voorkeur aan magneetjes met een stadsgezicht.”
...
“Weet je, ik ben zelf eigenlijk ook niet van Rostov. Ik ben hier komen wonen in 2008. Daarvoor woonde ik in Toela.”
“Oh, daar heb ik over gehoord. Daar wil ik ook nog eens heen! Is het een leuke stad?”
“Valt wel mee, vanuit een toeristisch oogpunt is de stad niet interessant eigenlijk. We hebben alleen het landgoed van Tolstoj.”
“Jasnaja Poljana?”
“Ja, dat. Oh, en het wapenmuseum natuurlijk.”
“Heeft Toela niet ook een Kremlin?”
“Jawel, maar dat is maar klein. Weet je, vroeger had Toela hele interessante straten. De ene straat van gemaakt van deze steen, de andere weer van een andere, en een derde van weer een andere steen. Magnefiek! Helaas hebben ze alles herbouwd en nu is de stad maar saai, op Jasnaja Poljana en het wapenmuseum na dan.”
“Jammer, maar ik wil er toch nog steeds heen!”
...
“Ik ben eruit, mag ik deze magneet en deze magneet?”
“Natuurlijk, dat maakt dan samen 270 roebel.”
“Hier, bedankt en al het beste!”
“Wacht even! Hier, pak aan, een cadeautje!”
“Ow, bedankt! Ontzettend bedankt! Nogmaals, al het beste!”

...en zo liep ik het kleine winkeltje uit met niet twee, maar drie magneten.


Nog een uur, dan komt de trein. Moe van het wandelen plof ik neer op een van de weinige bankjes in het stationsgebouwtje. Het is een uur of 8, de zon is allang onder en de winkelkioskjes op het station zijn dicht. Slechts één balie van de kassaverkooop is open, bemand door een dof voor zich uit starend vrouwtje in uniform. Op een scherm boven de kassa verschijnen de namen en treinnummers van treinen die in de komende dagen Rostov zullen aandoen, afgewisseld met de aantallen vrije plaatsen in deze treinen. Bij de twee paar toegangsdeuren van het station staan detectiepoortjes. Een verveelde bewaker ganzepast tussen beide paren poortjes zonder ooit iemand te controleren. Uiteindelijk gaat ook hij op een bankje zitten.
Het station stroomt langzaam vol. Een gezin komt binnen, bepakt met bagage. De jongste kinderen uit het gezelschap vergapen zich voor de ramen van de winkeltjes en het kost hun vader de grootste moeite om uit te leggen dat de winkels dicht zijn, waardoor al die mooie spulletjes maar moeten wachten. Hierna rukken de kinderen zich los van het raam en spelen zij “ik zie, ik zie, wat jij niet ziet” totdat ze beiden worden afgeleid door een witte kat die zich onder een van de banken heeft verschanst.
De trein komt over een kwartier en mijn boek is bijna uit.


“Excuseert u mij, ik heb het even niet goed verstaan. Als de trein stopt, ligt wagon 3 dan hier of daarachter?”
“Hier, maak je geen zorgen, ik zit in wagon 4, dus als ik het verkeerd heb, zitten we allebei verkeerd.”
“OK, bedankt. Ik hoorde dat de trein hier maar één minuut stopt, dus is het fijn te weten dat ik goed sta. Ik heb niet zo’n zin om te rennen, zeker niet door die sneeuw.”
“Inderdaad. Ik heb al eens gehad dat ik verkeerd stond. Ik stond hier, maar zat in wagon 13. Toen heb ik snel het hele perron af moeten rennen. De trein reed al weg toen ik erop sprong.”



We staan op het perron van het station Rostov Jaroslavskij. De wind heeft vrij spel op het onoverdekte perron waardoor het er steenkoud is. Klappertandend tel ik de minuten tot de komst van onze trein. Plots verschijnen aan weerszijden van ons perron, aan de uiteinden van beide sporen die langs beide zijden van het perron lopen, de koplampen van twee aanstormende treinen. De eerste trein, op spoor 2, blijkt een goederentrein. Met zwaar gebrul raast de trein voorbij. Ik zie de goederenwagons passeren. Ik draai me om en zie dat de andere trein (“dat zal de onze wel zijn”) van de andere kant nadert op spoor 3. Achter me raast de goederentrein nog steeds voort. Ik draai me weer om en zie dat de goederenwagons nu zijn afgewisseld met opleggers met daarop heuse panterswagens van het Russsche leger. Normaalste zaak van de wereld.


Station en busstation

Centrum van Rostov

Toegang tot het kremlin van Rostov

Kremlin: kerk van de Hodegetria

Kremlin

Oespenskij Sobor

Oespenskij Sobor (detail)

Straat

1 opmerking:

  1. Zoals je al schreef: een nietszeggend station zegt niets over de rest van de stad. Mooie foto's; Rostov is dus ook zéér de moeite waard ! Ik had natuurlijk al een indruk door het filmpje dat je me stuurde :)

    Ik stuur dit door op Armand's account :( ( ook namens Martin)

    BeantwoordenVerwijderen